Huisartsen werken al jaren met geautomatiseerde systemen, de HISen. Samen met de apotheken zijn zij in Nederland voorlopers in het digitaal registreren en uitwisselen van medische gegevens. De verwijs- of ontslagbrief, labuitslagen, recepten en terugkoppeling van de huisartsenpost zijn allemaal digitaal te organiseren. Maar waar huisartsen en andere zorgverleners de onderlinge communicatie veelal digitaal organiseren, is dat tussen huisarts en patiënt nog maar heel beperkt het geval.

Vrijwel iedere huisartsenpraktijk heeft een website. Maar hoeveel daarvan bieden de mogelijkheid om online een afspraak te maken? Of om een e-consult te voeren, dan wel gewoon te e-mailen met de praktijk? Het NIVEL rapporteerde over 2009 nog dat van alle verrichtingen in een praktijk minder dan 1 procent een e-consult was. Waar is het al mogelijk om via de praktijk digitaal inzage te krijgen in het eigen dossier? Wordt zelfmanagement, ondersteund door goede digitale gereedschappen al ingevoerd? Natuurlijk gebeurt er al het een en ander. Maar zo gewoon als digitale hulpmiddelen inmiddels zijn in de eigen bedrijfsvoering, zo ongewoon zijn deze in de samenwerking met de patiënt. De digitale dokterstas is maar half gevuld. Ondertussen gebruiken steeds meer Nederlanders het Internet voor het vinden van informatie, het doen van online aankopen  én sociale netwerken als Twitter, Facebook en Hyves. Dat is geen marginale ontwikkeling of iets voor de “jonge generatie”, maar een breed maatschappelijk gegeven. Men raakt gewend aan digitale bereikbaarheid, overal en altijd, en verwacht dit ook van de zorg.

Los van digitale bereikbaarheid nemen patiënten ook zelf het initiatief om grip te krijgen op hun eigen gezondheid, ondersteund door digitale hulpmiddelen. Het aantal websites om een eigen zorgdossier bij te houden groeit. In Nederland telde een landelijke inventarisatie er in 2011 al meer dan 50. Iedereen kan online uiteenlopende tests doen die iets zeggen over risico’s op bepaalde aandoeningen. Patiëntenverenigingen organiseren discussiefora op Internet, lotgenoten vinden elkaar via sociale media en gebruiken deze kanalen voor, tijdens (!) en na het bezoek aan de dokter. En delen dat, in het openbaar, of laten een beoordeling achter op websites als Zorgkaart Nederland.

In de nazomer van 2011 organiseerde het NHG een workshop huisarts, patiënt en ICT. Voornaamste conclusie:  de tijd is rijp om de digitale dokterstas standaard onderdeel uit te laten maken van de uitrusting van de huisarts. Dat begint met het opdoen van kennis én praktische ervaring: begin er mee. Samen met initiatieven in het land, waaronder dit eHuisartsenkompas, HAweb en met andere koepelorganisaties zoals de KNMG wil het NHG hier een actieve rol in spelen. Kent u goede voorbeelden van e-health in de praktijk? Of heeft u daar vragen over? Wat heeft u nodig om aan de slag te gaan? In andere sectoren, binnen en buiten de zorg, is digitaal werken de dagelijkse realiteit. Wat kunnen we daarvan leren? Anderzijds is het goed te reflecteren op nut, noodzaak en wenselijkheid van het digitaal samenwerken met de patiënt. Wat vergt het van arts en patiënt? Op welke manier kunnen deze nieuwe technieken zo goed mogelijk worden ingezet als middel om de zorg nog beter te maken?

We nodigen u van harte uit uw ideeën te delen!

Comments are closed.